Begrippen

Hieronder treft u een verklarende woordenlijst aan met uitleg van begrippen die u bij het beleggen veel tegenkomt.
Aandeel

Een aandeel is een bewijs van deelname in het eigen vermogen van een onderneming. Een aandeelhouder is daardoor mede-eigenaar van de onderneming voor het percentage aandelen dat hij bezit. In ruil daarvoor heeft de aandeelhouder recht op een deel van de winst, het zogeheten dividend. Aan een aandeel is gewoonlijk een stemrecht verbonden dat men tijdens de Algemene Vergadering van Aandeelhouders kan uitoefenen.

Aandelen in portefeuille

Andere term voor aandelen is bezitten. Hierbij gaat het ook om de aandelen die een bedrijf nog niet heeft uitgegeven.

Aandelenemissie

Uitgifte van nieuwe aandelen door een bedrijf om eigen vermogen aan te trekken.

Aandelenfonds

Aandelenfondsen beleggen voornamelijk in aandelen van beursgenoteerde ondernemingen. Er bestaan verschillende soorten aandelenfondsen. Zo zijn er fondsen die wereldwijd, alleen in Europa, Amerika, het Verre Oosten of in Nederland in aandelen beleggen. Ook zijn er fondsen die alleen in bepaalde sectoren of thema’s beleggen.

Aankoopkosten

Dit zijn de kosten die u betaalt bij de aankoop van een fonds. Let op: bij Nederlandse beursgenoteerde beleggingsfondsen wordt een deel van de aankoopkosten verwerkt in de koers.

Aanmerkelijk belang

Heeft een vennootschap het kapitaal geheel of gedeeltelijk in aandelen verdeeld? Dan heeft u een aanmerkelijk belang als u aandeelhouder bent voor meer dan 5% van het totaal geplaatste kapitaal.

Aanvangsrendement

Winstrendement bij aankoop van een belegging. Dat kan bij groeiaandelen zoals internetfondsen ver onder de kapitaalmarktrente liggen.

Accountantsverklaring

Een schriftelijke verklaring van de accountant over zijn onderzoek.

Achtergestelde lening

Een lening die bij een faillissement de laatste prioriteit heeft. Wordt vaak gerekend tot het risicodragende garantievermogen van een onderneming.

Activa

Bezittingen plus vorderingen van de onderneming, op de debetzijde van de balans.

Administratiekantoor

Is een kantoor dat aandelen en obligaties koopt en daartegenover aan het publiek certificaten van die effecten uitgeeft. Het stemrecht op de aandelen blijft dan bij het administratiekantoor.

Advieskoers

Adviesprijs bij aankoop en verkoop.

AEX Index

De door Euronext berekende en onderhouden graadmeter van de lokale Nederlandse effectenmarkt. De AEX-index is een gewogen index die is gebaseerd op de koersen van de 25 meest verhandelde Nederlandse ondernemingen op de effectenbeurs van Euronext.

AFM

De Autoriteit Financiële Markten is toezichthouder en controleert het gedrag en de informatieverstrekking van alle partijen op de financiële markten in Nederland. Dat zijn de markten van sparen, lenen, beleggen en verzekeren. Het statutaire doel van de AFM is

het bevorderen van een ordelijk en transparant marktproces op de financiële markten, een zuivere verhouding tussen marktpartijen en de bescherming van de consument.

Afsluitkosten

Het totaalbedrag van alle kosten voor het afsluiten van de hypotheek. Zoals afsluitprovisie, taxatie-, administratie- en hypotheekaktekosten.

Afsluitprovisie

Bedrag dat de bank in rekening brengt bij het afsluiten van een financieel product, zoals een lijfrente.

Allocatie

De allocatie van een vermogen geeft de spreiding aan over de verschillende beleggingscategorieën zoals aandelen, vastgoed, obligaties, opties, enz.

AOW-uitkering

Oudedagsvoorziening op basis van de Algemene Ouderdoms Wet.

Arbitrage

Het profiteren van verschillen in prijs wanneer dezelfde effecten, valuta of goederen tegelijkertijd worden verhandeld op twee of meer markten.

Asset

Alles met een commerciële waarde of vervangingswaarde, dat eigendom is van een bedrijf, stichting of individu.

Asset Management

Het professionele beheer van vermogens van particulieren en instituten gericht op het realiseren van een optimaal beleggingsresultaat.

Asset mix

Verdeling van het vermogen over aandelen, onroerend goed, obligaties, deposito’s en liquide middelen. De asset mix wordt doorgaans bepaald door de wens om een optimale risicorendementsverhouding te bereiken die past bij de horizon en het doel van de belegger.

Autoriteit Financiële Markten

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) is door de Minister van Financiën belast met het houden van toezicht op de financiële markten in Nederland. Elke in Nederland gevestigde member van Euronext moet in het bezit te zijn van een door de AFM afgegeven vergunning. Het zonder vergunning aanbieden van diensten in de effectensector is strafbaar.

Bedrijfsobligatie

Een bedrijfsobligatie is een obligatie die uitgegeven wordt door een onderneming om de bedrijfsactiviteiten te financieren. De hoofdsom wordt terugbetaald wanneer de obligatie afloopt. Daarnaast keert een obligatie tijdens zijn looptijd regelmatig rente uit. Er bestaan ook diverse fondsen die beleggen in bedrijfsobligaties.

Bedrijfspensioenfonds

Een pensioenfonds, specifiek voor een bepaald bedrijf. In verschillende bedrijfstakken gelden voorgeschreven pensioenregelingen.

Beheerd vermogen

Het totaal van de beleggingen (bijv. aandelen, obligaties, vastgoed) die een financiële dienstverlener of fondsbeheerder in opdracht van klanten beheert.

Beheerder

Iemand die een effectenportefeuille voor beheert voor groepen of individuen.

Beheerskosten

Kosten die beleggingsinstellingen en beheersmaatschappijen in rekening brengen aan hun klanten om de kosten voor het beheer te dekken.

Beleggen

Geld dat belegd wordt in bijvoorbeeld aandelen, obligaties of fondsen, met als doel om toekomstig inkomen, vermogensvorming en -groei te realiseren.

Beleggersadvies

Persoonlijke aanbevelingen aan een klant over beleggingstransacties.

Beleggingsbeleid

Manier van handelen van een belegger die voor zichzelf eerst heeft vastgesteld wat hij wil, welk doel hij nastreeft en welke risico’s hij wil lopen. En daarna de beleggingsmogelijkheden benut waarvan hij denkt dat ze het gewenste resultaat opleveren.

Beleggingsfonds

Vorm van een collectieve belegging. Tegenover de ingelegde gelden worden participatiebewijzen afgegeven.

Beleggingsmix

Samenstelling van een beleggingsportefeuille. Een beleggingsportefeuille kan uit diverse beleggingscategorieën bestaan, zoals aandelen, obligaties, onroerend goed, grondstoffen en bankdeposito’s.

Beleggingsinstelling

Beleggingsinstellingen vragen beleggers om geld, dat vervolgens wordt belegd. De beleggers profiteren van de opbrengsten van de beleggingen.

Beleggingslijfrente

Een levensverzekering waarbij de premies of de koopsom worden belegd in aandelen en/of obligaties. Het opgebouwde kapitaal wordt later omgezet in uitkeringen.

Beleggingsresultaat

Wie zijn vermogen belegt, is natuurlijk geïnteresseerd in de resultaten van zijn belegging. Daarom publiceert elke vermogensbeheerder van tijd tot tijd zijn prestaties vergelijkt deze het liefst met andere relevante beleggingen.

Benchmark

Maatstaf waarmee het resultaat van een beleggingsportefeuille wordt vergeleken.

Bewaarder/bewaarbedrijf

De bewaarder is een bank of trustorganisatie die verantwoordelijk is voor het bewaren en administreren van de effecten die een fonds bezit. Soms is de bewaarder ook verantwoordelijk voor de afwikkeling van transacties van het fonds.

Bewaarloon

Uw bank of tussenpersoon brengt aan het eind van een bepaalde periode een vergoeding in rekening voor het bewaren van uw effecten.

Cash Dividend

Een dividenduitkering in geld. Dividenduitkering kan ook gebeuren in de vorm van aandelen, in dat geval spreken we van een stockdividend.

Certificaat van aandelen

Papieren die de originele aandelen vertegenwoordigen, maar zonder stemrecht.

Compliance

Handelen volgens de regels die gelden voor banken, verzekeraars en financiële instellingen.

Closed end beleggingsfonds

Een closed-end beleggingsfonds bestaat uit een vaste hoeveelheid uitgegeven aandelen. De koers van het aandeel is geheel onderworpen aan vraag en aanbod. De fondsbeheerder kan niet tot inkoop besluiten als er een groot aanbod van stukken is. Ook kan hij niet overgaan tot uitgifte van nieuwe stukken als er veel vraag naar is. Bij een koers onder de intrinsieke waarde spreken we van een discount, bij een koers boven de intrinsieke waarde spreken we over een premium.

Deflatie

Situatie waarbij het algemeen prijspeil voortdurend daalt.

Deposito

Geld dat u voor een bepaalde tijd vastzet bij een bank. Tijdens deze periode is kunt u meestal niet boetevrij over uw geld beschikken.

Depositogarantiestelsel

Banken in Nederland die een vergunning hebben van De Nederlandsche Bank vallen onder het depositogarantiestelsel. Als de bank omvalt, is de garantie maximaal € 100.000,- per persoon per instelling. Bij een en/of rekening van twee personen geldt dit maximum per persoon. Kleine ondernemingen kunnen ook aanspraak maken op deze regeling.

Dividend

Winstuitkering waarop bezitters van aandelen recht hebben. Direct na uitkering van het dividend daalt de koers van het aandeel meestal enigszins.

Dividendbelasting

Ingehouden belasting over het uitgekeerde dividend.

Doelvermogen

De omvang die het kapitaal op de einddatum van een verzekering zou moeten hebben.

Dow Jones Index

Index van 30 hoofdfondsen van de New York Stock Exchange.

Duurzaam beleggen

Bij een fonds dat duurzaam belegt, worden de middelen geïnvesteerd in ondernemingen die bepaalde ethische normen hanteren.

Essentiële Beleggersinformatie (EBI)

Dit is de Europese opvolger van de Financiële Bijsluiter. De EBI geeft informatie over de doelstelling van het beleggingsfonds, de risico’s, kosten, in het verleden behaalde resultaten en praktische informatie. Financiële instellingen zijn verplicht de EBI op hun website te vermelden.

Eeuwigdurende obligatie

Een obligatie waarover wel rente wordt betaald, maar nooit wordt afgelost. Deze worden ook wel perpetuele obligaties genoemd.

Effecten

De verzamelnaam van aandelen en obligaties. De koersvorming van beursgenoteerde effecten vindt dagelijks plaats door vraag en aanbod.

Effectieve rente

De werkelijke berekende rente, rekening houdend met afsluitkosten, betaalwijze, betaalfrequentie en terugbetaaltermijn.

Eindloonregeling

Een pensioenregeling die is gebaseerd op het laatste salaris van de deelnemer voordat het pensioen ingaat.

Emerging market

Een opkomende markt (emerging market) is een financiële markt van een ontwikkelingsland.

Employee benefits

Een opkomende markt (emerging market) is een financiële markt van een ontwikkelingsland.

Estate planning

Het regelen van de vermogensoverdracht naar de volgende generatie op een fiscaal gunstige en ethische verantwoorde manier.

Euribor

Euribor is de afkorting van Euro Inter Bank Offered Rate. Het is het rentetarief op bedragen in euro’s dat commerciële banken in eurolanden elkaar in rekening brengen.

Euronext Amsterdam

De Amsterdamse beurs waar aandelen, obligaties, opties en futures op financiële producten en grondstoffen worden verhandeld. De naam was vroeger AEX Exchange.

Europese Centrale Bank

De ECB heeft als hoofdtaak om de koopkracht van de euro te handhaven en daarmee de prijsstabiliteit in de eurolanden te waarborgen

Financiële bijsluiter

De financiële bijsluiter is een document dat u vóór aankoop van een financieel product kosteloos ontvangt. Het doel van de financiële bijsluiter is het geven van helderheid over de belangrijkste kenmerken en risico’s van een product.

Garantiefonds

Beleggingsfonds met een beperkte looptijd en een gegarandeerde minimale waarde op de einddatum.

Geldmarkt

De markt waarop geld met een looptijd van korter dan 1 jaar wordt geleend of uitgeleend.

Geldmarktrente (of korte rente)

Rente op leningen met een relatief korte looptijd (1 tot 12 maanden).

Herbeleggen

Het beleggen van bijvoorbeeld dividend- en rente-inkomsten uit een beleggingsportefeuille in de waarde waarop die inkomsten zijn genoten of in andere zaken.

High yield fonds

Een high yield fonds is een obligatiefonds welke vooral belegt in obligaties met een lage kredietwaardigheid.

In- en uitstapkosten

De kosten die u dient te betalen wanneer u in en uit het fonds stapt.

Index

Een index is een verzameling effecten die zo is samengesteld dat ze een bepaald gedeelte van de markt representeert. Veel genoemde indices zijn de Dow Jones Industrial Average, de S&P 500 en de AEX-index. Veel fondsen kiezen ervoor om hun prestaties te evalueren aan de hand van een index (de benchmark).

Index fonds

Een indexfonds is een fonds dat zo nauwkeurig mogelijk een bepaalde index volgt met als doel om hetzelfde rendement als deze index te behalen. De fondsmanager bestudeert de samenstelling van de index en veranderingen daarin nauwkeurig om de portefeuille van zijn fonds een zo goed mogelijke afspiegeling te laten zijn van de index.

Inflatie

Situatie waarin het algemene prijspeil in een land stijgt en leidt tot waardevermindering.

Institutionele beleggers

Instellingen zoals pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen die het kapitaal beleggen dat onder hun beheer valt.

Intrinsieke waarde van een beleggingsfonds

De intrinsieke waarde van een beleggingsfonds is gelijk aan de totale gewogen beurswaarde van de effecten die het fonds op een bepaald moment in de portefeuille heeft.

Jaaropgave (Loonbelasting)

Iedereen in loondienst krijgt eens per jaar een formulier van zijn werkgever waarop staat welke bedragen zijn uitbetaald en ingehouden aan loonbelasting en premieheffing.

Jaarverslag

Een jaarverslag is een document dat een beleggingsfonds jaarlijks moet opstellen. Het verslag laat zien hoe het fonds zijn vermogen heeft belegd, en geeft inzicht in de financiële stand van zaken door middel van de balans en resultatenrekening. In het verslag van de directievoorzitter wordt teruggekeken op het voorgaande jaar en wordt vooruitgekeken naar zaken die in de toekomst zullen spelen.

Kapitaalmarktrente (of lange rente)

Rente op leningen met een relatief lange looptijd.

Kapitaalverzekering

Een levensverzekering die uitkeert op een bepaalde datum.

KiFiD

Klachteninstituut Financiële Dienstverlening. Klachtenorganisatie die voortvloeit uit de Wet financiële dienstverlening (Wfd) en de Wet op het financieel toezicht (Wft), waar beleggers met hun klachten over financiële dienstverlening terecht kunnen.

Koers

De koers of intrinsieke waarde (NAV in het Engels) is de waarde van de beleggingen in een fonds. Als een fonds open end is, ligt de koers of afgifteprijs normaal gesproken dichtbij de intrinsieke waarde; kosten kunnen zorgen voor een afwijking van enkele procenten. Als een fonds closed end is kan de koers echter fors afwijken van de intrinsieke waarde.

Koopsompolis

Een term voor verschillende soorten polissen, die gemeen hebben dat de premie in één keer wordt betaald.

Lijfrente-uitkering

Een periodieke uitkering die bedoeld is als aanvulling op pensioen. De uitkering komt voort uit kapitaal dat is opgebouwd met een lijfrente-opbouwproduct via een bank, verzekeraar of

beleggingsinstelling. Bij een bancaire lijfrente is de uitkering in principe levenslang. Bovendien gaat de uitkering bij overlijden over op de erfgenamen.

Liquiditeit

De mate van vraag en aanbod bepaalt de liquiditeit van een fonds. Hoe meer vraag en aanbod in een fonds samenkomen, hoe meer liquide dat fonds is.

Mijnoverheid.nl

Website van de Overheid die informatie geeft over wat er bij de Overheid over u bekend is. U moet zich wel eerst registreren.

Mijnpensioenoverzicht.nl

Website van pensioenfondsen die inzage geeft in de opbouw van uw pensioen.

Minimale inleg

De minimale inleg is het kleinste bedrag dat een belegger in een beleggingsfonds kan storten.

Mixfonds

Een mixfonds combineert aandelen, obligaties en eventueel kas met als doel een rendement te behalen in combinatie met een gematigd risico. Normaal gesproken doet een mixfonds het in een bear markt beter dan een aandelenfonds, en in een bull markt slechter.

Nominale waarde

Waarde die op een aandeel of obligatie staat vermeld. Voor de belegger heeft de nominale waarde van aandelen over het algemeen geen betekenis, maar is de waarde op de beurs

bepalend. Bij obligaties is de nominale waarde wel van belang omdat de aflossing tegen de nominale waarde (a pari) gebeurt en de rentevergoeding over de nominale waarde wordt berekend.

Obligatie

Verhandelbaar schuldbewijs dat deel uitmaakt van een lening van bijvoorbeeld de staat of een vennootschap.

Obligatiefonds

Een obligatiefonds belegt in obligaties met als doel een stabiele stroom van inkomsten en/of koersresultaat voor beleggers te genereren. De waarde van een obligatiefonds beweegt tegenovergesteld aan veranderingen in de kapitaalmarktrente.

Optie

Een recht om binnen een afgesproken periode een bepaald goed te kopen of te verkopen, vaak ook voor een vastgestelde prijs.

Open end beleggingsfonds

Een open end beleggingsfonds bestaat uit een variabele hoeveelheid uitgegeven aandelen. Desgewenst is het aandelenkapitaal uit te breiden of in te krimpen. Bij een groot aanbod van de eigen aandelen kan de fondsbeheerder tot inkoop ervan besluiten om zodoende de koers te steunen.

Oprichtingsdatum

De oprichtingsdatum is de datum waarop een fonds van start is gegaan.

Paraplufonds

Overkoepelend beleggingsfonds dat is onderverdeeld in verschillende aparte beleggingsfondsen voor de diverse beleggingscategorieën, sectoren, landen en dergelijke.

Pensioen

Verzamelnaam voor periodieke uitkeringen die het inkomen (deels) voortzetten bij ouderdom, overlijden of arbeidsongeschiktheid.

Pensioen- & Verzekeringskamer (PVK)

De Pensioen- & Verzekeringskamer (PVK) houdt toezicht op Nederlandse verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen. Het doel is ervoor te zorgen dat deze instellingen financieel gezond zijn en blijven, en dat zij ook in de toekomst aan hun

verplichtingen kunnen voldoen. Daarnaast toetst de PVK nieuwe en zittende bestuurders van verzekeraars en pensioenfondsen op deskundigheid en betrouwbaarheid.

Pensioenfonds

Een fonds dat de pensioengelden beheert. Er zijn bedrijfstakpensioenfondsen, ondernemingspensioenfondsen en beroepspensioenfondsen. In het algemeen staan pensioenfondsen onder toezicht van de Pensioen- & Verzekeringskamer (PVK).

Pensioensgrondslag

Dat deel van het salaris waarover pensioen wordt opgebouwd

Performance fee

Een performance fee is een vergoeding die aan de fondsmanager wordt betaald als hij een bepaalde performance heeft behaald in een gespecificeerde periode. Vaak wordt de performance fee uitbetaald als het fonds beter presteert dan zijn benchmarkindex. Fondsen met een performance fee zijn relatief zeldzaam, soms kennen buitenlandse fondsen of hedge funds een dergelijke kostenstructuur.

Periodiek beleggen

Hierbij stort de belegger meestal maandelijks (via een machtiging of periodieke overschrijving) geld in een beleggingsfonds.

Polis

Een document waarin een verzekeringsovereenkomst is vastgelegd.

Portefeuille

Het totale bezit aan effecten van een belegger, de beleggingsportefeuille.

Premiedepot

Geblokkeerde rekening, waaruit automatisch premiebetalingen worden gedaan.

Prospectus

Een prospectus is een wettelijk vereist document dat wordt uitgegeven voordat financiële producten, zoals aandelen, obligaties, beleggingsfondsen etc aandelen worden aangeboden aan het publiek. In dit document staat o.a. de doelstelling, de kosten, en andere feiten die de belegger moet weten.

Reële rente

Effectieve rente minus de inflatie.

Rendement

De opbrengst van een belegging of investering over een bepaalde periode, uitgedrukt in een percentage van de daarvoor gemaakte kosten.

Rentabiliteit

De verhouding tussen de opbrengst en het vermogen waarmee die opbrengst wordt vergeleken.

Risicoprofiel

De hoeveelheid risico die een belegger kan of wil lopen. Elk risicoprofiel heeft een eigen verdeling over de beleggingscategorieën (aandelen, obligaties, onroerend goed, liquiditeiten, etc.)

Risicospreiding

De hoeveelheid risico die een belegger kan of wil lopen. Elk risicoprofiel heeft een eigen verdeling over de beleggingscategorieën (aandelen, obligaties, onroerend goed, liquiditeiten, etc.)

Risicospreiding

De verdeling van aandelen of andere effecten over verschillende bedrijven, bedrijfstakken, beleggingscategorieën, om het risico van koersschommelingen te beperken. Of spreiding over verschillende vermogensbestanddelen, zoals vastgoed en obligaties.

Samengestelde interest

Rente op rente. De rente wordt niet uitgekeerd, maar aan de hoofdsom toegevoegd.

Samenlevingscontract

Een contract waarin samenwoners financiële en andere zaken met elkaar regelen. Dit contract hoeft niet verplicht door een notaris te worden opgesteld, maar dat is wel aan te raden.

Staatsleningen

Obligaties waarmee de overheid geld leent bij (institutionele) beleggers om het begrotingstekort te dekken. Hiermee wordt voorzien in de financieringsbehoefte van de overheid.

Staatsobligaties

Verhandelbaar schuldbewijs van de overheid. Deze geeft in het algemeen een jaarlijkse rente. Zie staatsleningen.

Stock dividend

Dividend uitgekeerd in aandelen.

Successierechten

Belasting die de erfgenamen moeten betalen bij een erfenis.

Trackers

Waardepapieren die een index volgen, vergelijkbaar met een beleggingsfonds dat een index volgt.

VEB

De VEB staat voor Vereniging voor Effectenbezitters en is een belangenvereniging voor veelal actievere beleggers.

Vermogen

Het totale bezit aan geld, goederen, rechten en vorderingen na aftrek van verplichtingen.

Vermogensrendementsheffing

In de volksmond heet dit ‘spaartaks’. Lange tijd was dit percentage 1,2% van de waarde van het netto vermogen. Inmiddels heeft het kabinet Rutte III besloten om dit percentage in lijn te brengen met het realistische rendement dat met sparen en beleggen behaald kan worden. Ook hangt het percentage af van het vermogen; hoe hoger het vermogen, hoe meer vermogensrendementsheffing u betaalt.

Volatiliteit

Maatstaaf voor de beweeglijkheid van de koers van het aandeel, de beurs of afgeleide financiële producten. Een hoge volatiliteit betekent dat de koers van een fonds sterk stijgt en daalt binnen een relatief korte periode. Volatiliteit is een indicator voor het risico dat een belegger loopt met een bepaald fonds.

Onze website maakt gebruik van cookies om het gebruik en functionaliteit te waarborgen. Meer informatie hierover vind u op onze cookie instellingen pagina.

OK