Vermogensrendementsheffing
Sinds 2005
Is SynVest actief
13.000+
Klanten
€ 850 Miljoen
Belegd vermogen
7 Cashcow Awards
Voor beste aanbieder beleggingsproducten in vastgoed
De vermogensrendementsheffing is een belasting die in Nederland wordt geheven over het netto privévermogen van particulieren. Deze heffing maakt deel uit van de inkomstenbelasting in box 3, waarin spaargeld, beleggingen en ander vermogen worden belast. In de volksmond staat deze regeling ook bekend als de spaartaks, omdat zij van oudsher ook het rendement op spaargeld belast – ongeacht of dat rendement daadwerkelijk is behaald.
Jarenlang rekende de Belastingdienst met een vast fictief rendement van 4%, waarover 30% belasting werd geheven. Dit kwam neer op een effectieve belasting van 1,2% per jaar over het netto vermogen boven het vrijgestelde bedrag. Deze benadering stond lange tijd ter discussie, vooral omdat het werkelijke rendement op spaargeld, met name in tijden van lage rente, veel lager was dan de fictieve 4%.
Hervorming van box 3: van vast naar variabel rendement
Onder het kabinet Rutte III is daarom besloten om de vermogensrendementsheffing realistischer en eerlijker te maken. Sinds 2017 is het systeem stap voor stap hervormd. Het uitgangspunt is verschoven van een uniform fictief rendement naar een gedifferentieerd systeem, waarin wordt uitgegaan van de samenstelling van het vermogen:
- Spaargeld wordt geacht een lager rendement op te leveren.
- Beleggingen, zoals aandelen en vastgoed (niet zijnde de eigen woning), worden geacht een hoger rendement op te leveren.
Het tarief van de belasting bleef in eerste instantie 30%, maar is sinds 2021 verhoogd naar 31%. Daarnaast wordt het percentage waarmee het fictieve rendement wordt berekend elk jaar aangepast aan de actuele marktomstandigheden.
Hoe wordt de vermogensrendementsheffing berekend?
De vermogensrendementsheffing wordt geheven over het vermogen boven de heffingsvrije grens. Deze grens wordt jaarlijks vastgesteld; in 2024 bedroeg deze bijvoorbeeld €57.000 per persoon (€114.000 voor fiscale partners). Alleen het vermogen boven deze grens wordt belast.
Het vermogen wordt onderverdeeld in verschillende vermogenscategorieën, zoals:
- Bank- en spaartegoeden
- Beleggingen en overige bezittingen
- Schulden (die deels mogen worden afgetrokken)
Voor elke vermogenscategorie wordt een fictief rendement bepaald, gebaseerd op gemiddeld rendement uit de voorgaande jaren. Deze rendementen worden vervolgens gewogen toegepast op het vermogen. Over het totaal berekende fictieve rendement wordt het actuele tarief (bijvoorbeeld 31%) aan belasting geheven.
Hoe hoger het vermogen, des te groter het deel dat fictief als beleggingsrendement wordt gezien, waardoor het effectieve percentage aan vermogensrendementsheffing stijgt met de omvang van het vermogen.
Overgang naar werkelijk rendement
In reactie op maatschappelijke en juridische kritiek – onder andere van het Hoge Raad-arrest van 24 december 2021 – heeft de regering aangekondigd om het box 3-stelsel fundamenteel te hervormen, met als doel het heffen van belasting op basis van het werkelijk behaalde rendement in plaats van een fictieve benadering.
Deze hervorming is complex en kent veel uitvoeringsproblemen, maar de nieuwe wetgeving staat voorlopig gepland voor invoering in 2027. Tot die tijd wordt gewerkt met een tussenoplossing, waarbij fictieve rendementen zo dicht mogelijk bij de realiteit liggen.
Vermogensbestanddelen in box 3
De vermogensrendementsheffing geldt onder andere voor:
- Spaar- en bankrekeningen
- Aandelen, obligaties, beleggingsfondsen
- Tweede woningen of verhuurd vastgoed
- Cryptovaluta
- Vorderingen en andere bezittingen
Niet belast in box 3 zijn onder andere:
- De eigen woning (valt in box 1)
- Pensioenaanspraken en lijfrenteverzekeringen
- Kunst en sieraden (in sommige gevallen)
Gerelateerde informatie
Wat zijn de gevolgen van de introductie hefboom in box 3 voor de vastgoedbelegger vanaf 2023?